Portretten

Junher van Eps: Geen coke maar kok!

In het dieptepunt van zijn jonge leven zwierf hij over straat. Maar Junher van Eps weerstond de verleidingen van de drugs en het grote geld. Nu is hij gelukkig. Hij is succesvol kok en vader. Het verhaal van Junher van Eps. 

 Junher van Eps (25) werkt vijf dagen per week als kok en manager in het fusionrestaurant Scallywags in Den Haag. Hij voelt zich daar op zijn gemak. Altijd een brede glimlach op zijn gezicht. En waarom ook niet? Hij heeft het goed voor elkaar:  goede baan, eigen huis, een gezinnetje. Dat had ook heel goed anders kunnen lopen.

Junher had als jong jochie alles in zich om een drugsboy te worden. Hij groeide op tussen de junks in de verpauperde wijk Scharloo op Curaçao. Junher: “Iedereen zat daar in de drugs.” Zelfs de vriendjes van Junher waren schakel in de cocaïnemolen. “Dan speelde ik bijvoorbeeld op de Nintendo met een buurjongen; komt er een junk voor zijn spul. Mijn buurjongen geeft het hem, krijgt een tientje en we spelen verder.” Dezelfde vriendjes van toen rolden later in de handel of raakten verslaafd. “Dan zie je die gasten ineens met gouden kettingen en ringen. Je weet dan wel genoeg.” Junhers ouders hadden een restaurant in Scharloo, waar de hele buurt zijn stobá en funchi kwam halen. Ze waarschuwden Junher en zijn broertjes en zusjes voor de gevaren van drugs. Er zijn altijd andere manieren om geld te verdienen, prenten zijn ouders hem in.

Dat werkte, want als jongetje wilde Junher ‘later’ priester worden of politieagent, maar geen drugsdealer. Om Junher weg te houden van de verleidingen van de drugs werd hij door zijn vader en moeder naar zijn tante in Nederland gestuurd. Daar zou het zeker goed komen. “Mijn ouders wilden niet dat ik in Scharloo opgroeide,” zegt Junher, “ze dachten dat ik een bolletjesslikker zou worden. Als mijn ouders me niet weg hadden gestuurd, was ik net zo geëindigd als de andere jongetjes in de wijk.”

Nederland

Elf jaar was Junher toen hij in Nederland aankwam. In het begin ging het best goed bij zijn tante in Den Haag, al bleef hij zijn eiland en het buiten leven missen. In 1999, Junher was 18 jaar, botste het ineens met zijn tante. Zij wees hem de deur, die daarna op slot bleef voor Junher. Hij kwam er niet meer in. Dan sta je ineens op straat. Helemaal alleen. Hij herinnert het zich als het meest trieste moment in zijn leven. “Dat doe je een kind niet aan, behalve als je wil dat hij junkie wordt. Dat zijn dingen die andere jongeren in de drugsrichting brengen.” Ja, want wat doe je als jonge Antilliaan als je in Nederland geen plek hebt om te slapen? Je zoekt lotgenoten? Je doet alles om te overleven, ook dingen die niet mogen? Ideale omstandigheden om het verkeerde pad op te gaan. De drugsjongens wisten Junher wel te vinden. Of hij bolletjes van Curaçao naar Nederland wilde brengen. Ze beloofden hem gouden bergen. “Ze vroegen me: kun je niet even naar Curaçao en terug. Een week vakantie en als je weer in Nederland bent, kun je ook nog een paar maanden huur betalen.” Tuurlijk ga je dan twijfelen. Ook Junher. Maar hij weerstond de verlokkingen. “Je denkt wel aan de voordelen, die gasten stellen het allemaal zo mooi voor, maar aan de andere kant wist ik altijd dat ik het nooit zou doen. Ik schaamde me alleen al bij het idee, vooral voor mijn moeder. Stel je voor dat ik gepakt word op Curaçao, wat zou mijn moeder dan….nee, daar was ik zo bang voor. Dat ik met mijn gezicht in de krant kom, omdat ik naar de gevangenis moet. Misschien is het niet eens angst, maar respect voor mijn moeder. Je doet het niet.”

Aan het werk

Geen bolletjesslikken dus voor Junher. Hij zette alles op alles om van de straat af te komen. Hij kon bij een goede vriend in Den Haag terecht, Nolthyene Adams (zie kader). “Dat is echt een goede gast. Ik heb veel aan hem te danken. Anders was ik er misschien ook wel in dat milieu terecht gekomen. Nolthyene heeft me laten zien dat je het zelf moet doen. Dat je niet op je kont moet blijven zitten. Hij is mijn grote voorbeeld.” Junher wilde echter niet zijn hele leven bij hem blijven wonen. “Je bent toch altijd afhankelijk van anderen en je hebt geen enkele privacy.” Junher wilde zijn eigen huis en een baan. “Op gegeven moment heb je toch ook geld nodig. Ik wilde geen uitkering. Dat vind ik zo negatief. Ik ben toch niet ziek? Ik heb twee benen en tien vingers. Een uitkering is voor luie mensen, mensen die geen zin hebben om te werken. Ik ben nog jong en ik heb mijn dromen.” Junher wilde werken, werken en nog eens werken. Hij vond werk bij de post, in de supermarkt en ga zo maar door. Het ging zelfs zo ver dat zijn vrienden hem de bijnaam Junta gaven, wat in het Surinaams ‘werk’ betekent. Toch waren die baantjes niet het eindstation voor Junher. Hij hoorde van een vriendin over een leerwerktraject waar hij ‘iets’ kon leren. Junher stapte zelf naar de gemeente en even later kreeg hij de kans om voor kok te leren. “Ik dacht: mensen moeten altijd eten dus als kok heb je altijd werk. Daarnaast vind ik het leuk om te koken.” In twee jaar zou hij een certificaat hebben om als kok in een restaurant te kunnen werken. Junher had het papiertje echter al in zes maanden in handen. “Ik was gemotiveerd om iets op te bouwen”. Een kennis stelde de jonge Antilliaan voor aan de drie eigenaars van restaurant Scallywags. Junher kwam binnen met lange dreadlocks en veel goud om zijn nek. “Ik zag eruit als drugsdealertje. De eigenaars dachten dat ik vandaag en morgen zou komen, en dat ze me daarna niet meer zouden zien. Toch gaven ze me een kans. Ik kwam elke dag netjes op tijd en liet ze zien dat ik gewoon wilde werken; ik was daar niet om rotzooi te schoppen. Het bleek dus een vooroordeel dat ze dachten dat ik niet serieus was.” Als Antilliaan krijgt Junher vaak te maken met vooroordelen, zegt hij. “Maar je leert ermee omgaan. Laat maar, denk ik dan, het is jouw manier van denken. De wereld is oneerlijk, wat doe je eraan…niets. Dus je moet gewoon doorgaan en zorgen dat je ze een stapje voor bent.” En zo deed Junher het bij Scallywags. Hij werkt er inmiddels zes jaar en is niet alleen kok, maar ook de manager van het restaurant. “De meeste gasten kennen me en ik ken hen.” Junher werd het gezicht van het restaurant. Dat had niemand verwacht, toen hij er voor het eerst binnenstapte. “Nu het goed met mij gaat, geeft het me kracht. Het geeft me een push om mensen te laten zien dat het goed met me gaat. Het is niet vanzelf gekomen. De enige die ervoor kan zorgen dat het goed met je gaat, ben je zelf. Je moet er niet op gaan wachten.”

Vaderschap

Junher combineert zijn zware baan met het vaderschap. Als zijn vriendin ’s ochtends aan het werk is, is hij bij zijn zoontje Jayden die drie jaar is. “We eten samen, we kijken tv, we fietsen een rondje. Het is soms wel zwaar, maar het hoort erbij, en je moet altijd geduld hebben. Ik heb gemerkt dat ik hem mis, als ik hem een tijdje niet zie.” Hoe anders was dat toen zijn vriendin hem vertelde dat ze zwanger was. “Ik dacht dat mijn wereld instortte. Mijn vriendin durfde het mij niet eens te vertellen. Ze was bang dat ik weg zou lopen, omdat veel Antilliaanse jongens dat doen. Het is een last hè. Je bent je vrijheid kwijt. Je leven wordt ineens heel anders. Eerst doe je wat je wilt. Je gaat uit en blijft tot laat in je bed liggen, maar met een kindje kan dat niet meer.” Junher vroeg zijn vrienden om raad en besloot de verantwoordelijkheid te nemen. “Het is toch je kind, dan moet ik er ook helemaal voor gaan. Er moesten wat dingen veranderen. Ik wilde van de schulden af die ik op dat moment had en ik moest een huisje zoeken.” Met hard werken, kreeg hij het voor elkaar. En zo kwamen zijn dromen uit: Junher verdient zijn eigen geld, hij heeft zijn eigen huis en een gezinnetje. Zijn ouders, die inmiddels ook in Nederland wonen, zijn erg trots op wat hij heeft bereikt. “Mijn moeder praat veel over me tegen mijn zusjes. Ze zegt dat zij een voorbeeld aan mij moeten nemen. Dan zegt mijn zusje plagend: ‘Junher, je moeder houdt van je’. Maar ik ben bescheiden. Ik wil niet dat mensen denken dat ik mezelf op mijn borst klop. Zo ben ik niet.”

Uitgedroomd is Junher nog zeker niet. Een eigen zaakje, dat zou hij graag willen, zegt hij zonder nadenken. “Een restaurant of een patatzaak; als het maar met eten te maken heeft. Dan heb ik het helemaal gemaakt, na alle ellende die ik heb gezien en heb meegemaakt. Ik ben al aan het sparen. Waar een wil is, is een weg… altijd”.

Nolthyene Adams (38), het grote voorbeeld voor Junher van Eps

Junher van Eps heeft van veel mensen steun gehad. Vrienden zijn het geworden. Maar als hij er iemand uit moet halen, dan is dat oud-beroepsmilitair Nolthyene Adams, die hem opving toen hij op straat werd gezet. Hij is het rolmodel van Junher.

“Toen ik Junher voor het eerst ontmoette, was hij een verlegen jongetje van 15 jaar, vrij teruggetrokken. Hij kwam met mijn neef mee, die met zijn nicht is getrouwd. Junher kwam steeds vaker, en op een gegeven moment bleef hij elke keer tot midden in de nacht. Ik vroeg hem wat er aan de hand was. Er waren wat problemen met zijn tante en hij voelde zich daar niet meer op zijn gemak. Ze zette hem het huis uit en toen kwam hij bij mij. Wat zijn problemen ook waren, ik ben niet de persoon om iemand de straat op te sturen. Die jongen had geen plek om te slapen. Ik heb hem gezegd dat hij mocht blijven, maar dat hij niet op de bank moest gaan hangen. Ik kan de deur voor iemand openmaken, maar daarmee is hij er niet. Als je niets te doen hebt, dan verzin je maar wat, zei ik tegen hem. Ga niet rondhangen, dan raak je vanzelf aan de drugs of alcohol. Doe iets! Ga naar de rivier, en kijk of er veel vis zwemt. Zo ja, dan breng je de volgende week je hengel mee om ze te vangen. Of pak gewoon de bus naar Scheveningen. Kijk een beetje rond, en je komt terug met allemaal ideeën. Junher deed dat, en kwam langs uitzendbureaus. Hij vond werk en deed zijn ding. Maar dat deed hij niet door mij. Die jongen heeft het helemaal zelf gedaan. Hij had het af en toe wel echt moeilijk. Ik gaf hem een plek om te slapen en wat steun. Ik heb hem gezegd dat hij keuzes moet leren maken. Als je dat niet doet, doet iemand anders het voor je. Dat heb ik zelf geleerd in het leger. Junher is het voorbeeld dat een slechte situatie niet altijd slecht hoeft af te lopen. Ik heb veel respect voor die jongen en dat hij mij als rolmodel ziet…dat is leuk, maar ik had het niet verwacht.”

Login