Portretten

Een ‘kleine man' met een missie

Edsel Leito kwam op zijn tiende van Curaçao naar Nederland. Vanaf dag één heeft hij bewust nauwelijks meer Papiaments gesproken. Antillianen in zijn buurt namen hem dat niet in dank af. Maar Edsel Leito deed het met een reden: slagen in Nederland. Dat kon volgens hem niet door in de ‘Antillianenkliek' te blijven hangen. Nu heeft hij zijn droom verwezenlijkt. Hij is militair.  De mensen die hem als verrader zagen, hebben nu respect voor hem. 

Door Matthijs Voortman

Zijn vader verdronk twee maanden voor hij op 17 november 1980 werd geboren. De baby kreeg als eerbetoon dezelfde naam als zijn vader: Edsel. Maar toen iedereen het jongetje Edsel noemde, bracht dat voor zijn moeder het verdriet van haar overleden man naar boven, waarna zijn oma de naam veranderde in Shorombu, een slavennaam die ‘kleine man' betekent. Toen hij later naar Nederland vertrok, was Shorombu een beetje lastig uit te spreken, dus liet Edsel zich Axel noemen. Waarom het die naam werd, weet hij eigenlijk niet. Nu zit hij in het leger en daar noemen ze hem simpelweg Leito, wat weer de achternaam van zijn stiefvader is. Dus hoe zal ik je in het interview noemen?, vraag ik hem in de kantine van de legerkazerne in 't Harde. "Doe maar Edsel Leito", dat is wel mooi als nagedachtenis voor zijn vader, vindt hij.

Naar Nederland

Edsels leven begon dus nogal turbulent. Hij groeide op in Buena Vista zonder vader en zonder broertjes en zusjes. Hij was de man des huizes. "Je hebt als enigs kind toch het gevoel dat jij er moet zijn, als steun en toeverlaat voor je moeder. Je voelt je verantwoordelijk." Edsel en zijn moeder kregen veel steun van de familie, die zeer hecht was. Zo hecht dat ze in 1990 besloten met z'n allen naar Nederland te gaan. De ooms, tantes, neefjes en nichtjes van Edsel kwamen in Amsterdam terecht. Edsel, die toen tien jaar was, trok in bij een neef in Den Haag. Zijn moeder moest op Curaçao nog het een en ander afronden, waardoor zij pas een jaar later naar Nederland zou komen. In het vliegtuig van Curaçao naar Nederland dacht Edsel na over zijn toekomst. Militair worden, dat was zijn droom sinds hij een foto zag van zijn oom, die ook soldaat was, op een tank. "Ik was ervan overtuigd dat ik iets wilde bereiken in Nederland. Ik wilde Curaçao achter me laten. Je begint een nieuwe toekomst. Dan moet je dus niet met je hoofd op het eiland zitten."

Niet makkelijk

Die eerste tijd in Nederland was niet makkelijk voor de jonge Edsel. "Ik was pas tien jaar en was vooral op mezelf aangewezen. Ik sprak nauwelijks Nederlands. Dat maakte me onzeker. Op school was ik een stil jongetje." Zijn neef was weinig thuis. Edsel moest zelf koken, het bed opmaken, de boodschappen doen, het huis opruimen en ga zo maar door. Dat hoefden leeftijdsgenoten van hem niet te doen. Het kind zijn was ineens afgelopen. "Gelukkig kon ik al wel veel, want thuis op Curaçao moest ik ook veel doen. Mijn moeder zei altijd: als je later getrouwd bent en je vrouw is ziek, moet je ook het huishouden doen".

Toen Edsel 15 jaar was ging het mis. Hij had genoeg van de voogdij van zijn neef, die in de praktijk vooral neerkwam op het feit dat hij zijn studiefinanciering moest afstaan. Naar zijn moeder gaan, die inmiddels ook in Nederland woonde, was geen optie. "Ik was al een tijd op mezelf aangewezen en dacht dat het moeilijk zou worden als ik weer naar mijn moeder moest luisteren." Edsel verbleef vrijwillig een jaartje in een tehuis en op zijn 16de woonde hij op zichzelf. Het werd tijd om zijn dromen te verwezenlijken.

Afzetten

Edsel koos er bewust voor om niet met Antillianen om te gaan. "Ik zag ze bij station Holland Spoor staan in groepjes, de hele dag. Ik dacht toen: ze staan daar, en het is koud. Waarom doen ze dat? Waarom gaan ze niet naar binnen en iets nuttigs doen? Ik wilde daar niets mee te maken hebben. Je komt in een maatschappij waar je met een donkere huidskleur snel in een hoekje wordt gedrukt. Dan moet je niet zelf ook nog eens in dat hoekje kruipen. Daar bereik je niets mee. Als je in die Antillianenkliek blijft, dan kom je niet verder." Het ging zelfs zo ver dat Edsel weigerde om met andere Antillianen Papiaments te spreken. "Ik ben in Nederland, dus ik spreek Nederlands", zei hij dan. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Sommige mensen zeiden: je eigen kleur en ras gooi je weg. Je verloochent je afkomst. "Ik werd afgewezen. Dat vond ik niet leuk toen. Ze zien je als zwarte makamba. Maar de mensen die dat toen zeiden, zijn de mensen die nu naar mij komen voor hulp als ze aan het eind van de maand geen geld meer hebben. Ik heb geen schulden bij de Wehkamp, geen strafblad en een goede toekomst. Wie heeft er uiteindelijk gelijk gehad?" 

Edsel sprak al snel accentloos Nederlands, onder meer dankzij Radio Noordzee waar hij elke dag voor hij ging slapen even naar luisterde. Hij heeft ook altijd geprobeerd met mensen in contact te komen, die goed Nederlands spreken. "Je moet het Nederlands beheersen. Dat is een eerste vereiste om iets te bereiken en ik wilde iets bereiken in mijn leven. Dat ik de taal goed spreek, heeft me erg geholpen."

Het leger in

Eigenlijk wilde Edsel het leger in, maar toch deed hij dat niet direct. "Mijn moeder vond het een slecht idee. Ze was bang dat me iets zou overkomen. Ze zag me liever als leraar of zo. Ze heeft me toch wel een beetje gepusht om een veilig vak te kiezen." Zo ging Edsel op zijn 16de naar de kokschool. Dat betekende om zes uur 's ochtends met de trein van Den Haag naar Leiden om naar school te gaan of stage te lopen. Dan om vier uur 's middags naar Den Haag om in de keuken van een restaurant te helpen om geld te verdienen. "Dat was heel pittig. Eigenlijk wilde ik geen kok worden, maar ik dacht: ik ben er toch mee begonnen, dan maak ik het ook af. Ik had een sterke wil dus hield het vol." Nadat hij gediplomeerd kok was geworden, besloot hij ook nog een opleiding voor lerarenassistent en daarna verzorgende te doen. Ook die rondde hij af, maar het zijn geen beroepen waar Edsel gelukkig mee zou worden. Drie jaar geleden besloot hij daarom toch maar het leger in te gaan. "Ik dacht: nu ga ik echt voor mezelf. Ik ga mijn droom verwezenlijken." 

Zijn vrienden hadden nooit gedacht dat hij echt in het leger zou komen. "Ikzelf had ook niet verwacht dat ik door de toelating zou komen. Ik was al 25 jaar en dat is vrij oud om in het leger te gaan." Maar na de nodige testen, kon Leito zijn militaire kloffie aantrekken. Hij werd

kanonier. In het pantservoeruig PzH2000 zorgt hij als lader voor de munitie. Edsel voelt zich daar op zijn best. "Het geeft macht om in zo'n ding te zitten. Je voelt je sterk."  De mensen om me heen dachten dat ik het nog geen jaar vol zou houden, maar hij zit er nog steeds. Hij heeft zijn droom verwezenlijkt. "Ik ga de kazerne af in mijn legerkleding. Dan voel ik me trots. De mensen kijken naar je op." 

Afghanistan

Echt respect van zijn omgeving kreeg hij pas toen hij eind 2007 werd uitgezonden naar Afghanistan. Een maand van tevoren kreeg hij te horen dat hij naar Uruzgan moest. "Je hebt dan een gevoel van ‘yes!'. Dat snappen mensen om je heen niet. Je wilt daar toch niet zijn, zeggen ze dan. Maar ik kon eindelijk in de praktijk brengen waar ik voor aan het trainen was." Misschien was nog wel het moeilijkste dat hij het tegen zijn moeder moest zeggen. Zo moeilijk zelfs dat hij het tot het laatste moment uitstelde. De reactie van zijn moeder viel achteraf heel erg mee. "Ze reageerde nuchter: laat je wel je bankpasje hier, zei ze als eerste. Ik weet wel dat ze het er toch moeilijk mee had, maar uiteindelijk gaf ze me wel steun. Ze kon me toch niet meer tegenhouden."

Dus ging Edsel voor vier maanden naar Uruzgan. "Mijn moeder wilde er niet bij zijn toen ik vertrok, en ik denk dat ik het ook niet had getrokken." In Kamp Holland voelde Edsel zich thuis. "In de media wordt vaak gezegd: helpt het wel? Wat moeten we in zo'n ver land? Als je daar niet bent geweest, is het logisch dat je daaraan twijfelt. Maar je krijgt van de Afghaanse bevolking zoveel warmte. De mensen zijn zo dankbaar. Dat houd je op de been. Daarvoor ben ik het leger ingegaan, om mensen te helpen. Zoals een dorpshoofd, die niet kon lopen. Wij hebben die man geholpen. Hij had een kleine blinde darmontsteking. Het hele dorp was blij toen ze die man weer zagen lopen. Ik heb gezien wat voor werk we hebben gedaan daar en je weet dat het goed zit. Het is mooi dat ik daar een bijdrage aan heb kunnen leveren. Ik dacht in Afghanistan wel eens terug aan die jongens bij station Holland Spoor... Dan hoorde ik via msn: die zit in de gevangenis en die... Waarom doen ze niet iets nuttigs? Ik heb in Afghanistan bewezen dat het kan." 

Als enige Antilliaan viel Edsel wel op in Uruzgan. Ook voor de Afghanen was hij een bezienswaardigheid. "Zij hadden nog nooit iemand gezien die zo donker was als ik. Ook een man met lang haar was nieuw voor ze. Afghanen zijn net kinderen. Ze zijn nieuwsgierig en zeggen alles wat ze denken. Ze vroegen via de tolk: ben je nou een vrouw of een man? Ze zagen me als een vrouw zonder borsten."  Edsel vindt dat geen enkel probleem. Hij maakt het zijn hele leven al mee. "Je ziet mensen toch kijken omdat je ander kleurtje hebt. Ik snap dat wel. Het is iets wat je niet kent. Ze zijn het gewoon niet gewend. Een keer wilde iemand een foto van mij maken. ‘Waar ik vandaan kom, zijn geen donkere mensen, kan ik een foto van jou maken', zei hij. Dan kun je heel boos worden, maar je kunt ook denken: nou als ze dat daar niet hebben, leuk toch?" 

Angst

In Afghanistan kende Edsel geen angst. Of toch één keer? "Toen ik daar net was, kwam er een man op me af rennen. Dan ga je gelijk richten. Een soort reflex. Misschien heeft hij wel een bom onder zijn shirt. Hij wilde me gewoon een hand geven." Toch heeft hij nooit gedacht dat hij zijn moeder niet meer zou zien. "Ik heb haar wel een keertje gebeld toen er twee collega's waren gesneuveld. Dan komt het toch wel dichtbij. Dat zijn momenten dat je veel aan familie denkt. Toen heb ik haar gezegd: het kan zijn dat mij iets overkomt, maar je moet weten dat ik het doe voor de vrijheid van andere mensen. Dat was niet zo handig dat ik dat door de telefoon zei. Dat maakte het thuisfront erg ongerust." 

Sinds hij terug is uit Afghanistan, kijken zijn vrienden en familie anders naar hem. "Ik krijg nu een schouderklopje... dat je dat durft. De argwaan zet zich om in respect. Dat geeft wel een soort voldoening. Wat ik stiekem wel hoop, is dat er meer Antillianen ervoor kiezen om iets nuttigs te gaan doen in plaats van te gaan hangen. Ik heb sommige Antillianen al het leger in geholpen. Ik heb ze uitgelegd wat ik doe en hoe je iets kunt bereiken." Zelf heeft Edsel zich al weer nieuwe doelen gesteld. "Ik wil wel de ‘opper' van mijn afdeling worden. Het zou mooi zijn als ik het zo ver zou schoppen". Het zal hem ongetwijfeld lukken.

Login